Duurzaamheid begint met samenwerken

8 oktober 2015 07:34

Nog steeds staat de bouwsector bekend als een traditionele, degelijke en weinig innoverende branche. Niets is minder waar. Juist bij PPS (Publiek Private Samenwerking) of DBM(O) (Design, Build, Maintain & Operate) projecten, zoals bij het nieuwe Rijkskantoor aan Rijnstraat 8, gaan er deuren open die anders gesloten blijven. ‘Innovatie, duurzaamheid en samenwerking staan in dergelijke projecten centraal. En dat geldt zeker voor de wijze waarop we het nieuwe Rijkskantoor vormgeven.’

Het is tendermanager Dennis Schuiling die graag uitlegt hoe innovatie, duurzaamheid en samenwerking zich tot elkaar verhouden in de praktijk. En dat begint met een stukje theorie. Dennis: ‘Bij het PPS-project Rijnstraat 8 hebben we te maken met een contract waarbij “systeemgerichte contractbeheersing” wordt toegepast. Ofwel, de Staat der Nederlanden neemt meer afstand van de inhoudelijke kant van het ontwerpen en bouwen en legt als opdrachtgever meer nadruk op het auditeren van de processen die we hebben afgesproken. Dat betekent dat bijvoorbeeld de huisvestingsbehoefte van de Staat op ‘abstracte wijze’ in een Outputspecificatie staat beschreven. Voor onze sector een unieke kans om te laten zien wat we kunnen en welke oplossingen we bieden op het gebied van duurzaamheid en innovatie. Met name omdat bestaande denkpatronen en oplossingen – de traditionele kant van het bouwen, zeg maar ‘het stenen stapelen’– hiermee doorbroken wordt. Er zijn door de abstracte uitvraag immers duizend en één mogelijkheden ontstaan en niets is voorgeschreven. Een bijkomend voordeel is dat er niet alleen wordt gekeken naar de bouwactiviteit maar vooral ook naar de exploitatie van het project over een periode van 25 jaar, wat ook wel life cycle optimalisatie wordt genoemd. Dit geeft ons veel meer kansen om tot een optimale prijs-kwaliteit verhouding te komen. En dat is natuurlijk heel gunstig voor de opdrachtgever.’

‘Ons stoffige bouwimago hebben we hiermee mooi van ons afgeworpen.’

 

Vroeg stadium

Al in de aanbestedingsfase is PoortCentraal gestart met het zoeken naar innovatie, meerwaarde en onderscheid in relatie tot samenwerking en duurzaamheid. Dennis: ‘In een zeer vroeg stadium zijn we met partners uit de markt om tafel gegaan. Dit om de kaders van de wensen van de opdrachtgever te schetsen en de partners te vragen mee te denken in oplossingen. Je daagt elkaar in feite uit om met het beste van het beste te komen. We schrijven als PoortCentraal dus geen oplossingen voor. Niet iedereen is hier klaar voor, aan ons de taak om in het juiste marktsegment de juiste strategische partner te selecteren die samen met ons wil excelleren. Deze manier van denken en werken is redelijk nieuw, het is een mindset die ook nog eens uitermate slimme en onconventionele oplossingen oplevert.’

Verlichting

Een goed voorbeeld van een dergelijke innovatieve samenwerking is volgens Dennis de samenwerking met Etap, de partij die zorgt voor alle verlichtingsinstallaties in het gebouw. ‘De kaders en criteria die waren gesteld, waren: extreem laag energieverbruik, lange levensduur van de verlichtingsarmaturen en dat alles binnen de eisen van de Outputspecificatie.’ De oplossing lag volgens Dennis niet binnen twee weken op tafel. Sterker nog: het leek in eerste instantie vrijwel onmogelijk. ‘We hebben veel bij elkaar gezeten om elk detail van de vraag door te nemen, te begrijpen, te herkauwen. Van directietafel tot laboratorium, de gesprekken zijn overal gevoerd. Uiteindelijk heeft deze samenwerking geresulteerd in een zeer duurzame en esthetische verantwoorde oplossing. De verlichtingsarmaturen zijn conform de wens van de architect volledig geïntegreerd in het klimaatplafond. Het energieverbruik van de verlichting is ongekend laag: minder dan vijf watt per vierkante meter, dat is de helft van het gebruikelijke in een kantooromgeving. Bovendien hebben de armaturen een extreem lange levensduur. Zowel Etap als PoortCentraal zijn trots op de bijzondere prestatie en samenwerking.’ Dan tot slot lacht hij: ‘Ons stoffige bouwimago hebben we hiermee mooi van ons afgeworpen.’